Kernpunten 2011
- Netto-omzet +15% naar EUR 1.937 miljoen
- Autonome omzetgroei 8,6% (tegen constante wisselkoersen)
- Bedrijfsresultaat (EBITA) +16% naar EUR 208,9 miljoen
- Nettoresultaat voor amortisatie +24% naar EUR 145,8 miljoen
- Nettoresultaat voor amortisatie per aandeel +24% naar EUR 1,36
- Dividend per aandeel +21% naar EUR 0,34
- Balansverhoudingen verder verbeterd
- Industrial Services: sterke groei omzet en winst
- Flow Control: groei omzet en winst in uitdagende marktomstandigheden
- Acquisities: Lamers High Tech Systems, DEC en Galvanotechnik Baum
| Kerncijfers in EUR miljoen | 2011 | 2010 | Verschil |
| Netto-omzet | 1.937,4 | 1.682,8 | 15% |
| Toegevoegde waarde* | 1.145,9 | 1.004,2 | 14% |
| Toegevoegdewaarde*marge in % van de netto-omzet | 59,1 | 59,7 | |
| Bedrijfsresultaat (EBITDA) | 279,4 | 248,2 | 13% |
| EBITDA in % van de netto-omzet | 14,4 | 14,8 | |
| Bedrijfsresultaat (EBITA) | 208,9 | 179,9 | 16% |
| EBITA in % van de netto-omzet | 10,8 | 10,7 | |
| Nettoresultaat voor amortisatie | 145,8 | 117,3 | 24% |
| Gemiddeld aantal aandelen (x miljoen) | 107,5 | 106,4 | 1% |
| Nettoresultaat voor amortisatie per aandeel (x EUR 1) | 1,36 | 1,10 | 24% |
| Dividend per aandeel (x EUR 1) | 0,34 | 0,28 | 21% |
| Eigen vermogen in % van het balanstotaal | 44,4 | 42,0 | |
| Nettoschuld | 605,6 | 593,7 | 2% |
| Leverage ratio: Nettoschuld / EBITDA (12-maands-rolling) | 2,0 | 2,3 | |
| Interest cover: EBITDA / Nettorentelasten (12-maands-rolling) | 12,9 | 10,4 | |
| Nettoschuld / Eigen vermogen | 0,7 | 0,8 | |
| Cashflow (nettoresultaat + afschrijvingen + amortisatie) | 216,3 | 185,6 | 17% |
| Investeringen in materiële vaste activa | 84,3 | 63,2 | 33% |
| Nettowerkkapitaal | 345,4 | 304,0 | 14% |
| Nettowerkkapitaal in % van de netto-omzet | 17,3 | 17,2 | |
| Aantal medewerkers ultimo periode (x1) | 12.282 | 11.536 | 6% |
| Effectieve belastingdruk in % | 21,6 | 23,7 |
*Toegevoegde waarde = Netto-omzet minus grondstoffen en uitbesteed werk
Jan Aalberts, President & CEO: "De onderneming heeft het beste jaar ooit gerealiseerd. De stijging van de totale en autonome omzet met respectievelijk 15% en 9%, het bedrijfsresultaat met 16%, de winst per aandeel met 24% en de talrijke investeringen in nieuwe markten, producten en technologieën laten dat duidelijk zien.
Industrial Services toonde een sterke omzet- en winstgroei; de autonome omzetgroei bedroeg 15%. Hogere volumes in combinatie met een actieve marktbenadering en efficiënte productie leidden tot een aanmerkelijke verbetering van de operationele marge. De in het verslagjaar gerealiseerde overnames sluiten naadloos aan bij de ondernemingsstrategie en droegen meteen bij aan de winst per aandeel.
Bij Flow Control namen omzet en winst toe. Ondanks de stijging van de grondstofprijzen en veelal uitdagende markten - met name in de tweede helft van het jaar - bleef de operationele marge op niveau en wist Flow Control een autonome omzetgroei te realiseren van ruim 6%, met name door toegenomen verkoop van groepsproducten.
Voor zowel Industrial Services als Flow Control gingen in verscheidene landen investeringsprojecten en de bouw van nieuwe productiefaciliteiten van start. In totaal kwamen de investeringen over 2011 uit op ruim EUR 84 miljoen. De onderneming werkt hard door aan de verdere intensivering van cross-selling en aan uitbreiding en vernieuwing van het product-, systeem- en technologieaanbod, in combinatie met een ondernemende marktbenadering in bestaande en nieuwe gebieden.
Nadat Aalberts Industries zich in 2010 goed herstelde, kon in 2011 de ingeslagen weg met kracht worden doorgezet. De onderneming staat er financieel en strategisch goed voor. Ik heb er het volste vertrouwen in dat Aalberts Industries met succes haar koers verder kan vervolgen en aan de verwachtingen zal kunnen voldoen."
Financiële resultaten
Netto-omzet De netto-omzet over 2011 kwam uit op EUR 1.937,4 miljoen (2010: EUR 1.682,8 miljoen), een toename van 15%. De autonome omzetgroei bedroeg 8,6% (tegen constante wisselkoersen).
Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde (netto-omzet minus grondstoffen en uitbesteed werk) bedroeg in 2011 EUR 1.145,9 miljoen oftewel 59,1% van de netto-omzet (2010: EUR 1.004,2 miljoen respectievelijk 59,7%).
Bedrijfsresultaat Het bedrijfsresultaat voor afschrijving en amortisatie (EBITDA) steeg met 13% naar EUR 279,4 miljoen (2010: EUR 248,2 miljoen). De EBITDA-marge bedroeg 14,4% van de netto-omzet (2010: 14,8%). Afschrijvingen en amortisatie bedroegen in 2011 EUR 84,9 miljoen (2010: EUR 81,2 miljoen).
Het bedrijfsresultaat na afschrijvingen en voor amortisatie (EBITA) nam in 2011 toe met 16% tot EUR 208,9 miljoen (2010: EUR 179,9 miljoen).
Nettofinancieringslasten De nettofinancieringslasten bedroegen in 2011 EUR 26,6 miljoen (2010: EUR 27,5 miljoen); de nettorentelasten waren EUR 23,0 miljoen (2010: EUR 26,7 miljoen). Deze daling is te danken aan de gemiddeld lagere rentepercentages en lagere opslagen van de banken door de verbeterde leverage ratio.
Balansverhoudingen en ratio's Het eigen vermogen bedroeg ultimo 2011 EUR 858,5 miljoen (2010: EUR 745,7 miljoen), 44,4% van het balanstotaal (2010: 42,0%). Solide balansverhoudingen zijn daarmee gecontinueerd. Dat blijkt ook uit de ontwikkeling van de drie voor de onderneming belangrijke ratio's: de leverage ratio verbeterde van 2,3 naar 2,0; de interest cover ratio ging van 10,4 naar 12,9 en de gearing was 0,7 tegen 0,8 in 2010.
Nettoresultaat Het nettoresultaat voor amortisatie over 2011 bedroeg EUR 145,8 miljoen (2010: EUR 117,3 miljoen), een stijging van 24%. Het nettoresultaat voor amortisatie per aandeel over 2011 was EUR 1,36 (2010: EUR 1,10), een toename van 24%.
Investeringen en kasstroom De investeringen in materiële vaste activa bedroegen in 2011 EUR 84,3 miljoen (2010: EUR 63,2 miljoen) waarvan EUR 41,2 miljoen bij Industrial Services en EUR 43,1 miljoen bij Flow Control.
Ultimo 2011 bedroeg het nettowerkkapitaal EUR 345,4 miljoen, 17,3% van de netto-omzet (ultimo 2010: EUR 304,0 miljoen, respectievelijk 17,2%). De cashflow (nettoresultaat + afschrijvingen + amortisatie) bedroeg in 2011 EUR 216,3 miljoen (2010: EUR 185,6 miljoen). De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten kwam over 2011 uit op EUR 250,0 miljoen (2010: EUR 235,4 miljoen). Hiermee wordt het sterke kasstroomgenererende vermogen van Aalberts Industries duidelijk weergegeven.
Financiering De nettoschuld beliep eind van het jaar EUR 605,6 miljoen (2010: EUR 593,7 miljoen) en is opgebouwd uit bankleningen (EUR 496,2 miljoen), financiële leases (EUR 24,8 miljoen) en kortlopende rekening-courantfaciliteiten (EUR 84,6 miljoen).
Bankleningen: Uitsluitend voor acquisities zijn er in de afgelopen jaren bij diverse banken leningen aangetrokken in lokale valuta met een looptijd van maximaal zeven jaar. Deze leningen zijn veelal de eerste twee jaar aflossingsvrij en worden vervolgens uit de vrije kasstroom in gelijke bedragen per kwartaal of halfjaar afgelost tot einde looptijd. Aangezien elke lening een andere start- en einddatum kent, bestaat er geen herfinancieringsbehoefte. De vervalkalender van de EUR 496 miljoen per eind 2011 is als volgt: af te lossen in 2012 EUR 134 miljoen, in 2013 EUR 129 miljoen, in 2014 EUR 103 miljoen en daarna nog EUR 130 miljoen.
Kortlopende rekening-courantfaciliteiten: Er is een totaal van circa EUR 460 miljoen beschikbaar in de vorm van lokale bilaterale financieringsfaciliteiten met zo'n 15 banken in verschillende landen, waarvan EUR 85 miljoen werd gebruikt op balansdatum. Via elk van deze banken wordt het dagelijks betalingsverkeer verzorgd, met name voor operationele kosten, werkkapitaal en investeringen.
Dividendvoorstel Aan de Algemene Vergadering wordt voorgesteld het dividend over 2011 vast te stellen op EUR 0,34 in contanten per aandeel of, naar keuze van de aandeelhouder, in aandelen. Voor 2011 impliceert dit een stijging van 21% ten opzichte van 2010 (EUR 0,28). De omwisselverhouding van het stockdividend zal op 23 mei 2012 na beurs worden vastgesteld.
Operationele ontwikkelingen
Industrial Services De netto-omzet groeide met 25% tot EUR 579,2 miljoen (2010: EUR 464,8 miljoen) waarvan 15,1% op autonome basis. Het bedrijfsresultaat voor afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) bedroeg EUR 107,8 miljoen, een toename van 24% ten opzichte van EUR 86,8 miljoen in 2010. De EBITDA-marge kwam uit op 18,6% (2010: 18,7%). De EBITA was EUR 79,8 miljoen (2010: EUR 58,1 miljoen), een stijging van 37%. De EBITA-marge nam toe van 12,5% tot 13,8% als gevolg van een hoger volume en daarmee gepaard gaande verbeterde efficiency.
Vanwege het groeiende aantal klanten in Scandinavië, Duitsland, Polen, China en de Verenigde Staten werd geïnvesteerd in uitbreiding van de capaciteit en de ingebruikname van aanvullende productietechnologieën. In Eindhoven (Nederland) en Connecticut (Verenigde Staten) werden nieuwe locaties geopend. In het Verenigd Koninkrijk werd geïnvesteerd in HIP-technologie (Hot Isostatic Pressing) waarmee materiaaleigenschappen worden verbeterd. Om aan de toenemende klantvraag te kunnen voldoen worden in China, Polen en India voorbereidingen getroffen voor nieuwe productiefaciliteiten in oppervlaktetechnieken en industriële producten.
Bij de halfgeleiderindustrie nam na een voorspoedig eerste halfjaar de marktvraag in het derde kwartaal af maar verbeterde in het vierde kwartaal. Mede dankzij de overname van Lamers krijgt de toelevering van completere systemen steeds meer vorm.
Hoewel de marktvraag binnen de LED-industrie in het derde kwartaal afnam als gevolg van voorraadafbouw en een teruglopende vraag in Azië, blijven de toekomstperspectieven voor deze industrie goed.
De marktvraag in de automobielindustrie bleef het hele jaar gunstig. Diverse nieuwe klanten werden verwelkomd, ook in China en India. De productiecapaciteit werd in diverse landen uitgebreid en ook zijn speciale producten ontwikkeld en geleverd voor hybride en elektrische auto's, een marktsegment dat sterk groeit.
In de medische sector verwacht de onderneming aanmerkelijke groei van nieuwe activiteiten met name op het gebied van schouder- en knieprotheses. Er is geïnvesteerd in aanvullende capaciteit en er is een separate businessunit opgericht.
In de precisiemachinebouw liet de marktvraag een opgaande lijn zien. Er werden vele projecten uitgevoerd en het orderboek was per einde van het jaar goed gevuld.
De vraag vanuit de turbine-industrie bleef heel 2011 goed op peil; vooral in de Verenigde Staten waren gunstige ontwikkelingen. Op de locaties in Greenville (SC) en Goffstown (NH) vond uitbreiding van de productiecapaciteit plaats. In Manchester (CT), werd een nieuwe vestiging opgestart.
De metalektromarkt toonde een goede groei. De verschillende wereldwijd opererende key accounts werden beleverd met vele nieuwe producten. Met name in China werd de productiecapaciteit vergroot.
De defensiemarkt bleef stabiel terwijl voor de nucleaire industrie de productiecapaciteit werd vergroot. In de olie- en gasindustrie nam de orderportefeuille sterk toe.
Flow Control De netto-omzet bedroeg EUR 1.358,2 miljoen (2010: EUR 1.218,0 miljoen), een toename van 12%, waarvan 6,2% autonoom. Het bedrijfsresultaat voor afschrijving en amortisatie (EBITDA) bedroeg EUR 171,6 miljoen (2010: EUR 161,4 miljoen) en bedroeg 12,6% van de netto-omzet (2010: 13,3%). De EBITA was EUR 129,1 miljoen (2010: EUR 121,8 miljoen), een stijging van 6%. De EBITA-marge kwam uit op 9,5% (2010: 10,0%).
Ondanks de stijging van de grondstofprijzen en veelal uitdagende markten, met name in de tweede helft van het jaar, kon de operationele marge op een goed niveau worden gehandhaafd. De woningnieuwbouwmarkt bleef lastig; de markten voor commerciële bouw en renovatie en onderhoud bleven redelijk op peil. Gunstige marktontwikkelingen waren er in stadsverwarming, gas, bier en frisdranken, brandbeveiliging, energie-efficiencysystemen en producten voor industriële markten. Met name in de gasmarkt werd aanzienlijke groei gerealiseerd. De marktaanpak werd verder geïntensiveerd en er is veel aandacht besteed aan het introduceren van complete systemen voor de woning- en commerciële bouwmarkten, die leiden tot een lager energieverbruik en meer comfort. In de tweede helft van het jaar zijn maatregelen getroffen ten koste van het operationeel resultaat om de winstgevendheid te verbeteren.
In de Verenigde Staten bleven de omstandigheden op de woningbouwmarkt moeilijk, maar lieten de irrigatie-, retail- en industriële markten een gezonde groei zien. De gezamenlijke marktaanpak is verder geïmplementeerd en leverde de eerste resultaten op. Bij het in 2010 overgenomen Conbraco nam de omzet toe en verbeterde de operationele marge.
In Duitsland en Oostenrijk kon goede autonome groei worden gerealiseerd. De productportfolio werd uitgebreid en de verkooporganisatie, vooral op het gebied van projectspecificatie, werd verder versterkt. De verkoop van energie-efficiencysystemen groeide snel en is groepsbreed uitgerold.
In de Benelux, waar met name de Nederlandse markt moeilijk bleef, namen de activiteiten in vloerverwarming, kunststofleiding- en metalen fittingsystemen toe. Ook hier werden energie-efficiencysystemen met succes geïntroduceerd. In de markt voor sprinklersystemen werden vele projecten gerealiseerd. In Scandinavië tekende zich een betere gang van zaken af, mede door een grotere focus op het specificeren van producten bij de eindgebruiker.
De woningbouwmarkt in het Verenigd Koninkrijk liet nauwelijks groei zien; de commerciële markt daarentegen bleef redelijk op peil. Diverse groepsproducten werden geïntroduceerd. Onder leiding van een versterkt managementteam werd de marktpositionering verbeterd met een grotere focus op het specificeren van complete systemen.
In Frankrijk ontwikkelde de marktvraag zich goed. Vele initiatieven werden door het versterkte management genomen ter verbetering van de marktpositionering naar de eindgebruiker. Het aanbieden van een totaal 'groen' energie-efficiencyconcept, bestaande uit een grote hoeveelheid groepsproducten, maakt hier deel vanuit.
In Spanje en Portugal bleven de marktomstandigheden slecht. Met name de nieuwbouwwoning- en utiliteitsmarkten waren erg moeilijk, enigszins gecompenseerd door de redelijke gang van zaken op de markt voor sanitaire producten.
In Oost-Europa lag het activiteitenniveau hoger dan voorgaand jaar. Met name in Rusland en Polen werd in stadsverwarming, warmwatertapsystemen en gas een sterke groei gerealiseerd, onder meer in verband met het EK-voetbal 2012.
Om de omzet in het Midden-Oosten verder te stimuleren is het bestaande verkoopplatform versterkt en werd de verkoop van groepsproducten verder gebundeld.
Organisatie en Medewerkers
Het groepsmanagement van Flow Control in Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk is versterkt.
Het gemiddeld aantal medewerkers groeide van 11.042 tot 12.246. Eind 2011 bedroeg het aantal medewerkers 12.282 (2010: 11.536). Deze stijging was met name het gevolg van de overnames van Lamers, DEC en Galvanotechnik Baum waar in totaal circa 650 medewerkers actief waren vanaf het moment van overname.
Vooruitzichten
Op basis van de intensieve marktcontacten, de brede spreiding van het marktenportfolio, de solide orderpositie, een steeds actievere marktbenadering, de ontwikkeling van vele nieuwe producten en technologieën en een groot aantal initiatieven om de productie-efficiëntie verder te verbeteren, is - onvoorziene omstandigheden daargelaten - de verwachting dat de winst per aandeel verder zal toenemen in 2012.