Zaandam, 19 april 2004 - Ahold heeft vandaag de resultaten over 2003 gepubliceerd. "Wij zijn verheugd dat we bekend kunnen maken dat we in 2003, een uitzonderlijk uitdagend jaar, een duidelijk verbeterd resultaat hebben behaald", aldus Hannu Ryöppönen, Chief Financial Officer, in een reactie op de resultaten. "Het was een zeer turbulente periode voor de onderneming, zowel door de gebeurtenissen die in februari 2003 bekend werden gemaakt als door de moeilijke omstandigheden in onze belangrijkste markten." Anders Moberg, President en CEO, voegt er aan toe: "Na maanden van forse inspanningen hebben we een aantal mijlpalen bereikt, in het bijzonder de bepaling van de nieuwe strategie en de vorming van een financieel platform, op basis waarvan we verder kunnen bouwen. Eind vorig jaar noemden we 2003 in veel opzichten een verloren jaar, maar de aankondiging van vandaag laat ook zien dat Ahold met het 'Road to Recovery' programma op het goede spoor zit."
Samenvatting
Verbeterde resultaten in een zeer uitdagend jaar
De resultaten in 2003 werden in belangrijke mate beïnvloed door moeilijke marktomstandigheden, negatieve valutabewegingen en eenmalige posten. Niettemin realiseerde Ahold in 2003 een gering nettoverlies van Euro 1 miljoen, vergeleken met een verlies van Euro 1,2 miljard in 2002.
Bedrijfsresultaat in lijn met verwachtingen
De operationele gang van zaken was in lijn met de verwachtingen, zodat geen omvangrijke goodwill impairment noodzakelijk was. De belangrijkste elementen waren de omslag in de resultaten van U.S. Foodservice van winst naar verlies, vooral als gevolg van de aanscherping van de inkoopvoorwaarden door leveranciers, de verhevigde concurrentie bij de Amerikaanse en Europese detailhandelsactiviteiten en de bijzondere posten bij de verkoop van een aantal bedrijven. De kosten die samenhingen met de onregelmatigheden en onderzoeken in 2003 hadden ook een effect op het bedrijfsresultaat.
Hogere netto-omzet in lokale valuta
Hoewel de economische omstandigheden in de belangrijkste werkgebieden van Ahold moeilijk waren en de concurrentie hevig was, bleef de netto-omzet in lokale valuta op niveau. De belangrijkste detailhandelsactiviteiten, met uitzondering van Albert Heijn, alsmede U.S. Foodservice lieten omzetstijgingen in lokale valuta zien. De invloed van de zwakke Amerikaanse dollar gedurende 2003 is duidelijk zichtbaar in Aholds gerapporteerde netto-omzet in Euro. Desinvesteringen die in 2003 plaatsvonden, hadden slechts een geringe invloed op de netto-omzet.
Verbeterde balans positie
Ahold sloot 2003 af met een aanzienlijk verbeterde balans als onderdeel van het programma dat in 2004 en 2005 wordt voortgezet. De nettoschuld werd met het substantiële bedrag van Euro 4,8 miljard teruggebracht, onder meer dankzij de claimemissie en initiatieven om de operationele kasstroom te verbeteren. De versterking van Aholds financiële positie gaat door; een bewijs hiervan werd vorige week geleverd, toen Ahold de vervroegde aflossing van een lening van Euro 920 miljoen bekend maakte.
Solide kasstroom
Hoewel 2003 een moeilijk jaar was voor al onze activiteiten, slaagde Ahold erin een solide nettokasstroom uit operationele activiteiten te genereren. Tegelijkertijd leidde een selectief investeringsbeleid tot een sterke daling in uitgaven. Hierdoor steeg de nettokasstroom vóór financieringsactiviteiten aanzienlijk, tot Euro 1,5 miljard voor het gehele jaar, vergeleken met een negatieve kasstroom van Euro 107 miljoen in het voorgaande jaar.
De geconsolideerde financiële overzichten zijn opgenomen in Bijlage A.
Ahold 2003 Resultaten
Ahold maakt de jaarrekening op in overeenstemming met de Nederlandse verslaggevingsregels ("Dutch GAAP"). Dutch GAAP wijkt in sommige materiële opzichten af van de Amerikaanse verslaggevingsregels ("US GAAP"). Alle financiële informatie in dit persbericht is gebaseerd op Dutch GAAP, tenzij anders aangegeven.
De cijfers in dit persbericht zijn niet gecontroleerd door de externe accountant. Ahold is voornemens op 6 mei het jaarverslag te publiceren en Form 20-F te deponeren.
In sommige gevallen worden in dit persbericht resultaten weergegeven exclusief het effect van veranderingen in de wisselkoersen die worden gebruikt om de financiële resultaten van buitenlandse werkmaatschappijen van Ahold om te rekenen naar Euro's, waarmee een beter inzicht wordt gegeven in de operationele prestaties van buitenlandse werkmaatschappijen.
Voor meer informatie over dit begrip, dat geen deel uitmaakt van Dutch en US GAAP, zie 'Definities' achterin. Verder worden, in sommige gevallen, de bedrijfsresultaten van operationele segmenten gepresenteerd exclusief het effect van bijzondere waardevermindering ("impairment") en afschrijving van goodwill en bijzondere lasten. Het bedrijfsresultaat vóór bijzondere waardevermindering en afschrijving van goodwill en bijzondere lasten is een begrip dat niet tot GAAP behoort. Een herleiding van dit niet-GAAP begrip naar het Dutch GAAP begrip bedrijfsresultaat alsmede de uitleg van het management voor het gebruik van dit begrip wordt gegeven in Bijlage B.
In dit persbericht wordt nettokasstroom voor financieringsactiviteiten gebruikt, het totaal van de nettokasstroom uit operationele activiteiten en de netto kasstroom uit investeringsactiviteiten.
In het vierde kwartaal van 2003 heeft Ahold EITF 02-16 "Accounting by a Customer (Including a Reseller) for Certain Consideration Received from a Vendor" geïmplementeerd. Vanwege het feit dat deze stelselwijziging is geïmplementeerd bij aanvang van het boekjaar, zijn de resultaten zoals bekendgemaakt in de kwartaalberichten anders dan de resultaten zoals weergegeven in het bericht over boekjaar 2003. Zie Bijlage D.
Netto-omzet
Netto-omzet 10,6% lager, maar 2,7% hoger exclusief wisselkoerseffecten
Veel bedrijfsonderdelen rapporteerden een stijging van de netto-omzet exclusief valuta-invloeden, ondanks moeilijke economische omstandigheden en hevige concurrentie
De daling van 10,6% van de netto-omzet was vooral toe te schrijven aan lagere wisselkoersen tegenover de Euro, met name van de Amerikaanse dollar. De gemiddelde koers van de Amerikaanse dollar tegenover de Euro daalde in 2003 met ongeveer 16,5% ten opzichte van 2002. De netto-omzet exclusief wisselkoerseffecten nam toe met 2,7%, vooral door een stijging van de netto-omzet exclusief wisselkoerseffecten van 2,7% in de Amerikaanse detailhandelsactiviteiten, van 1,7% voor de Europese detailhandelsactiviteiten, van 2,3% bij U.S. Foodservice en van 17,8% in Zuid-Amerika.
De netto-omzet werd in 2003 positief beïnvloed door de consolidatie voor het gehele jaar van Disco, de werkmaatschappij van Ahold in Argentinië, die geconsolideerd werd vanaf het tweede kwartaal van 2002, alsmede het effect van de consolidatie gedurende het gehele jaar van de acquisities van U.S. Foodservice in 2002. De desinvestering van diverse activiteiten in de loop van 2003 had slechts een licht negatieve invloed op de netto-omzet.
Bedrijfsresultaat
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten werd in hoofdzaak beïnvloed door een scherpe daling bij U.S. Foodservice en door kosten van adviseurs.
De operationele winstgevendheid kwam in 2003 onder druk te staan door een scherpe daling bij U.S. Foodservice en concurrentiedruk bij de Amerikaanse en Europese detailhandelsactiviteiten. Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten daalde in 2003 tot Euro 1.065 miljoen vergeleken met Euro 2.144 miljoen in 2002. Bij U.S Foodservice deed zich een omslag voor van een bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten van Euro 314 miljoen positief in 2002 tot een verlies van Euro 72 miljoen in 2003, door verslechterde inkoopcondities, waardoor de brutomarge onder druk stond, en gestegen bedrijfskosten als gevolg van de bekendgemaakte onregelmatigheden en uitgevoerde onderzoeken in 2003. Ook namen de bedrijfskosten in belangrijke mate toe als gevolg van extra kosten voor accountants, juristen, adviseurs en andere posten die voornamelijk samenhingen met de forensische accountantsonderzoeken en juridische onderzoeken alsmede de accountantscontrole van de jaarrekening van 2002 (in totaal circa Euro 170 miljoen).
Bedrijfsresultaat in lijn met verwachtingen inclusief geringe impairmentlasten
Het bedrijfsresultaat verbeterde tot Euro 718 miljoen, vergeleken met Euro 239 miljoen in 2002, hetgeen in lijn was met de verwachtingen. Dit was vooral te danken aan Euro 1,2 miljard lagere impairmentlasten van goodwill in vergelijking met 2002; ook was er sprake van lagere bijzondere lasten.
Afschrijving goodwill
De afschrijving goodwill bedroeg Euro 166 miljoen in 2003, een daling van 34,1% vergeleken met 2002. Deze daling hing vooral samen met de lagere goodwill op de balans per eind 2002 als gevolg van impairmentlasten in 2002 en de lagere gemiddelde koers van de Amerikaanse dollar tegenover de Euro.
Goodwill impairment
De lasten uit hoofde van goodwill impairment daalden van Euro 1.281 miljoen in 2002 tot Euro 45 miljoen in 2003.
Bijzondere lasten; voornamelijk posten zonder invloed op de kaspositie of het eigen vermogen
In 2003 was er sprake van bijzondere lasten van Euro 136 miljoen vergeleken met een bijzondere last van Euro 372 miljoen in 2002. De bijzondere lasten in 2003 hingen vooral samen met de verkoop van buitenlandse werkmaatschappijen, met name van de Chileense en Maleisische activiteiten. Van deze bijzondere lasten hing Euro 96 miljoen samen met de opname van cumulatieve koersverschillen in de winst- en verliesrekening en Euro 44 miljoen met de terugboeking van een gedeelte van de goodwill, welke posten beide al eerder ten laste van het eigen vermogen waren geboekt. Deze bijzondere lasten hadden geen invloed op de liquiditeit en het eigen vermogen.
Wisselkoersverschillen die resulteren uit de omrekening van de financiële gegevens van een buitenlandse werkmaatschappij naar de Euro worden direct ten gunste of ten laste van het eigen vermogen geboekt.
Wanneer deze koersverschillen worden gerealiseerd bij de verkoop van de betreffende buitenlandse werkmaatschappij, worden de cumulatieve koersverschillen in de winst- en verliesrekening verwerkt.
Volgens Dutch GAAP dient goodwill, die bij de aankoop van de werkmaatschappij rechtstreeks ten laste van het eigen vermogen was gebracht, pro rata ten laste van de winst- en verliesrekening te worden gebracht indien de werkmaatschappij binnen zes jaar na de oorspronkelijke acquisitie wordt verkocht.
De bijzondere last in 2002 werd veroorzaakt door het in gebreke blijven van Velox Retail Holdings, de vroegere joint venture partner van Ahold, inzake bankschulden waarvoor Ahold garant stond.
Nettoverlies
Break-even resultaat
Ahold kon 2003 afsluiten met een gering nettoverlies van Euro 1 miljoen, vergeleken met een nettoverlies van Euro 1,2 miljard in 2002 volgens Dutch GAAP. Dit was voornamelijk het gevolg van de aanzienlijke vermindering van lasten uit hoofde van impairment van goodwill en andere bijzondere lasten, zoals hiervoor uiteengezet.
De onderneming rapporteerde een negatief bedrijfsresultaat bij U.S. Foodservice alsmede een lager bedrijfsresultaat bij een aantal andere operationele segmenten; daarnaast werd de holding geconfronteerd met hogere kosten van accountants, juristen, adviseurs, banken en overige kosten. De verzwakking van de Amerikaanse dollar tegenover de Euro had eveneens een negatief effect op het nettoresultaat.
Het totaal van financiële baten en lasten, dat bestaat uit rentelasten, wisselkoersresultaten en overige financiële baten en lasten, bedroeg Euro 938 miljoen in 2003 vergeleken met Euro 1 miljard in 2002. De netto rentelasten kwamen uit op Euro 952 miljoen, een stijging van 0,8% vergeleken met 2002. Exclusief het effect van wisselkoersveranderingen zouden de netto rentelasten met 14,4% zijn gestegen. Deze stijging werd voornamelijk veroorzaakt door bankkosten in verband met de kredietfaciliteiten die in maart en december 2003 werden aangegaan en kosten in verband met de uitbreiding en aanpassing van de programma's voor securitisatie van debiteuren bij U.S. Foodservice, alsmede een hogere rentevoet van de kredietfaciliteit van maart 2003 in vergelijking met de voorgaande kredietfaciliteit. Deze kosten kwamen in totaal uit op ongeveer Euro 80 miljoen.
De kredietfaciliteit van maart 2003 werd beëindigd en terugbetaald in december 2003 en de onderneming verwacht gedurende 2004 of daarna geen gebruik te maken van de nieuwe, in december 2003 afgesloten kredietfaciliteit, anders dan uit hoofde van letters of credit.
De positieve wisselkoersresultaten bedroegen Euro 14 miljoen en hingen vooral samen met het gunstige effect van de revaluatie van de Argentijnse peso op in Amerikaanse dollars luidende schulden in Argentinië. In 2002 was er sprake van een wisselkoersverlies van Euro 50 miljoen, voornamelijk als gevolg van het negatieve effect van de devaluatie van de Argentijnse peso op in Amerikaanse dollars luidende schulden en verliezen die voortvloeiden uit inflatie-aanpassingen van in Argentijnse peso's luidende schulden in Argentinië.
Belastingbate wegens vrijval voorzieningen
De belastingdruk, exclusief het effect van niet-aftrekbare impairmentlasten en afschrijving van goodwill en bijzondere lasten, daalde tot 0,9% in 2003 vergeleken met 36,8% in 2002.
Naast het effect van de veranderde geografische spreiding van de winst, werd de substantiële daling van de belastingpost veroorzaakt door:
Aandeel in resultaat joint ventures en deelnemingen
Het aandeel in het resultaat van joint ventures en deelnemingen in 2003 bedroeg Euro 161 miljoen vergeleken met negatief Euro 38 miljoen in 2002. Het resultaat van 2003 werd positief beïnvloed door winsten op sale-and-leaseback transacties bij ICA terwijl 2002 de verliezen bevatte van DAIH dat geconsolideerd werd met ingang van het derde kwartaal van 2002.
US GAAP
US GAAP resultaten
Het nettoverlies volgens US GAAP verminderde van Euro 4,3 miljard in 2002 tot Euro 747 miljoen in 2003.
US GAAP aansluiting
Het verschil tussen US GAAP en Dutch GAAP van Euro 746 miljoen werd voornamelijk veroorzaakt door de andere behandeling volgens US GAAP van activa die voor verkoop bestemd zijn (Euro 506 miljoen) en het cumulatieve effect veroorzaakt door de stelselwijziging aangaande EITF 02-16 (Euro 100 miljoen). Beide hebben geen invloed op de kasstroom.
Als de verwachting is dat activa verkocht wordt voor het verstrijken van de geschatte levensduur, dan moet volgens US GAAP een impairmentanalyse worden uitgevoerd. Aangezien is geconcludeerd dat deze activa gehouden worden om te vervreemden, is in deze impairmentanalyse de ongerealiseerde cumulatieve koersverschillen van Euro 582 miljoen onderdeel van de boekwaarde, welke eerder waren opgenomen in het eigen vermogen.
In 2003 is EITF 02-16 "Accounting by a Customer (Including a Reseller) for Certain Consideration Received from a Vendor" voor het eerst toegepast zowel volgens Dutch GAAP als US GAAP. Volgens Dutch GAAP is de cumulatieve aanpassing van Euro 100 miljoen opgenomen in de openingsbalans. Volgens US GAAP is dit cumulatieve effect in de winst- en verliesrekening opgenomen, overeenkomstig APB Opinion 20.
De volledige berekening van het nettoresultaat volgens US GAAP, uitgaande van het nettoresultaat volgens Dutch GAAP, is opgenomen in Bijlage C.
Verbeterde balanspositie
Ahold sloot 2003 af met een aanzienlijk verbeterde balans, waarbij de nettoschuld werd teruggebracht met Euro 4,8 miljard. De claimemissie van Euro 2,9 miljard, die afgerond werd in december, was essentieel om de onderneming weer een stevige financiële basis te verschaffen. De financiële positie van Ahold werd verder in belangrijke mate positief beïnvloed door initiatieven om de operationele kasstroom te verbeteren zowel als het plan om het werkkapitaal te beheersen wierp positieve vruchten af, de investeringen werden sterk gereduceerd ten opzichte van 2002 en Ahold rondde haar eerste desinvesteringen af.
Balanstotaal
Balanstotaal gedaald als gevolg van reductie van investeringen, verbeteringen in werkkapitaal en desinvesteringen
De onderneming heeft de balans aanzienlijk versterkt dankzij een toename van het eigen vermogen met Euro 2,2 miljard. De onderneming slaagde erin de 3% converteerbare obligatielening van Euro 678 miljoen in september af te lossen uit de kasstroom vóór financieringsactiviteiten. Een belangrijke gebeurtenis in 2003 was de claimemissie, waardoor de onderneming in staat was de kredietfaciliteit van maart 2003 in december af te lossen; bovendien had de onderneming hierdoor eind 2003 een sterke kaspositie.
Het balanstotaal daalde met Euro 1.339 miljoen als gevolg van lagere vaste activa en een verbeterd werkkapitaal. In 2003 investeerde de onderneming selectief in de belangrijkste werkmaatschappijen, zodanig dat de totale kapitaaluitgaven lager waren dan de afschrijvingen.
Het balanstotaal werd ook positief beïnvloed door de lagere wisselkoers van de Amerikaanse dollar. Het effect van de verbeteringen in het werkkapitaal op de liquide middelen bedroeg Euro 446 miljoen in 2003 vergeleken met Euro 107 miljoen in 2002; de verbeteringen waren het gevolg van beter uitonderhandelde betalingstermijnen bij leveranciers in Europa en een betere beheersing van de voorraad bij U.S. Foodservice.
Eigen vermogen
Eigen vermogen toegenomen met Euro 2,2 miljard
Het positieve effect van de claimemissie bedroeg circa Euro 2,9 miljard. Dit werd echter gedeeltelijk tenietgedaan door wisselkoersverliezen en andere aanpassingen van Euro 666 miljoen en een aanpassing van de openingbalans van Euro 100 miljoen na belasting in verband met de toepassing van EITF 02-16, zoals uiteengezet in Bijlage D. De details met betrekking tot de veranderingen in het eigen vermogen worden toegelicht in Bijlage E.
Nettoschuld
Forse daling nettoschuld met bijna Euro 4,8 miljard
De samenstelling van de schuld aan het eind van 2003 respectievelijk 2002 was als volgt:
De nettoschuld is in belangrijke mate beïnvloed door de lagere dollarkoers.
In het vierde kwartaal voldeed Ahold aan de ratio's zoals overeengekomen in het convenant van de kredietfaciliteit van december 2003. De ratio's zijn nettoschuld/EBITDA en EBITDA/netto rentelasten.
Verbeterde kasstroom vóór financieringsactiviteiten
Ahold had in 2003 een netto kasstroom vóór financieringsactiviteiten van bijna Euro 1,5 miljard. Dit dankzij een selectief investeringsbeleid, een voortgaand succesvol werkkapitaalbeheer, de eerste opbrengsten van desinvesteringen en het vrijwel geheel afzien van acquisities.
Het volledige geconsolideerde kasstroomoverzicht is opgenomen in Bijlage A.
Netto kasstroom vóór financieringsactiviteiten
De netto kasstroom vóór financieringsactiviteiten steeg in 2003 tot Euro 1.461 miljoen vergeleken met een negatieve kasstroom van Euro 107 miljoen in 2002. De verbetering was inclusief het effect van een lagere uitgaande kasstroom uit investeringsactiviteiten van Euro 2.145 miljoen.
Netto kasstroom uit operationele activiteiten: verbeteringen in het werkkapitaal tenietgedaan door lager bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten
De mutaties in het werkkapitaal leidden in 2003 tot een positieve kasstroom van Euro 446 miljoen, vooral als gevolg van lagere voorraadniveaus bij alle werkmaatschappijen, met name bij U.S. Foodservice, als gevolg van focus op beheersing van voorraadniveaus en inkopen van leveranciers.
De netto kasstroom uit operationele activiteiten daalde in 2003 met Euro 577 miljoen vergeleken met 2002, vooral als gevolg van een lager bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten bij U.S. Foodservice en de vergoedingen van circa Euro 170 miljoen die betaald werden aan accountants, juristen en andere adviseurs.
Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten: lagere investeringen en een sterke vermindering van acquisities
De netto kasstroom die werd gebruikt voor investeringen, daalde met Euro 2,1 miljard, vooral als gevolg van een vermindering van de investeringen in materiële vaste activa met Euro 822 miljoen tot Euro 1.183 miljoen in 2003 vergeleken met Euro 2.005 miljoen in 2002. Acquisities van groepsmaatschappijen bleven beperkt tot Euro 58 miljoen, verband houdend met de acquisitie van een aantal winkels door Stop & Shop, vergeleken met Euro 977 miljoen in 2002. Desinvesteringen van materiële en immateriële vaste activa bedroegen Euro 555 miljoen in 2003 vergeleken met Euro 590 miljoen in 2002. Desinvesteringen van werkmaatschappijen droegen nog eens Euro 284 miljoen aan de kasstroom bij.
Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten: claimemissie en terugbetaling van schulden
De netto kasstroom uit financieringsactiviteiten bedroeg Euro 1.065 miljoen. Dit is vooral het resultaat van de netto opbrengst van de emissie van Euro 2,9 miljard. In 2003 loste de onderneming onder meer in september de 3% converteerbare obligatielening ter grootte van Euro 678 miljoen af uit de operationele kasstroom. In december werd daarnaast de kredietfaciliteit van maart 2003 afgelost.
Informatie per segment
2003: verbeteringen bij Stop & Shop en Giant-Carlisle
De netto-omzet in Amerikaanse dollars van de Amerikaanse detailhandelsactiviteiten steeg in 2003 met 2,7% in vergelijking met 2002.
De identieke omzet in Amerikaanse dollars steeg met 0,1% en de vergelijkbare omzet steeg in Amerikaanse dollars met 0,9% vergeleken met 2002. Stop & Shop en Giant-Carlisle toonden een sterke stijging van de netto-omzet, dankzij hogere vergelijkbare omzetten, alsmede door de opening van nieuwe winkels. De netto-omzet werd in 2003 beïnvloed door een toenemende concurrentie en openingen van nieuwe winkels door concurrenten, vooral in het zuidoosten van de VS.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten van de Amerikaanse detailhandelsactiviteiten daalde in Amerikaanse dollars met 10,7% in vergelijking met 2002. De bedrijfskosten in de Amerikaanse detailhandelsactiviteiten werden beïnvloed door hogere administratiekosten en pensioenlasten, alsmede door een voortgaande stijging van de ziektekosten.
Het bedrijfsresultaat in Amerikaanse dollars had vrijwel hetzelfde niveau als gerealiseerd in 2002.
Vierde kwartaal 2003: effect van impairment, extra kosten en hevige concurrentie
De netto-omzet in Amerikaanse dollars van de Amerikaanse detailhandelsactiviteiten steeg met 0,8% vergeleken met het vierde kwartaal van 2002. De identieke omzet van de Amerikaanse detailhandelsactiviteiten daalde in Amerikaanse dollars met 0,1%, hoewel zowel Stop & Shop als Giant-Carlisle een identieke omzetgroei konden realiseren. De vergelijkbare omzet steeg met 0,6% in het vierde kwartaal van 2003.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten daalde in het vierde kwartaal van 2003 in Amerikaanse dollars met 21,9%. Stop & Shop zette de positieve ontwikkeling gedurende het kwartaal voort, terwijl Giant-Landover een daling rapporteerde als gevolg van aanhoudende hevige concurrentie inclusief druk van alternatieve formules.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten van de overige Amerikaanse detailhandelsactiviteiten werd significant beïnvloed door impairmentlasten met betrekking tot duurzame activa van USD 30 miljoen, voornamelijk bij Tops, vergeleken met USD 13 miljoen in het vierde kwartaal van 2002. Verder werden de overige Amerikaanse detailhandelsactiviteiten in het vierde kwartaal beïnvloed door hevige concurrentie en toegenomen promotionele activiteiten, vooral in het zuidoosten.
Het bedrijfsresultaat in Amerikaanse dollars steeg in het vierde kwartaal met 33,7%, vooral dankzij eenmalige impairmentlasten voor goodwill in het vierde kwartaal van 2002.
Detailhandel Europa
2003: Concurrentiedruk in de meeste markten
De netto-omzet van de Europese detailhandelsactiviteiten steeg met 0,9% in vergelijking met 2002. Exclusief het wisselkoerseffect in Centraal-Europa zou de netto-omzet van de Europese detailhandelsactiviteiten met 1,7% zijn gestegen. De netto-omzet van Albert Heijn daalde in 2003 met 1,7% in vergelijking met 2002. De identieke omzet van Albert Heijn daalde met 2,7%, vooral als gevolg van lagere consumentenbestedingen en een negatief marktsentiment ten opzichte van Albert Heijn.
Als reactie hierop herpositioneerde Albert Heijn zich in oktober 2003, waardoor in het vierde kwartaal marktaandeel werd teruggewonnen. De netto-omzet van de overige Europese detailhandelsactiviteiten steeg in 2003 met 2,9% in vergelijking met 2002, vooral dankzij een sterke stijging van de netto-omzet bij Schuitema en een stijging van de netto-omzet in Centraal-Europa en Spanje. De toename van de netto-omzet werd voor een klein deel tenietgedaan door de verkoop van de speciaalzaken van Ahold in Nederland (Jamin en De Tuinen), die afgerond werd in het tweede kwartaal van 2003. In Centraal-Europa en Spanje steeg de netto-omzet dankzij de opening van nieuwe winkels. De netto-omzet in Centraal-Europa werd echter negatief beïnvloed door wisselkoersveranderingen, deflatie en de verkoop van twee hypermarkten in Polen.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten van de Europese detailhandelsactiviteiten daalde met 28,4%, vooral door een lager bedrijfsresultaat van Albert Heijn. Dit werd met name veroorzaakt door lagere verkopen in de eerste drie kwartalen, lagere brutomarges als gevolg van de prijsherpositionering en kosten in verband met het herstructureringsprogramma.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten van de overige Europese detailhandelsactiviteiten daalde in 2003 in vergelijking met 2002 vooral als gevolg van hogere kosten door de opening van nieuwe winkels en lagere winsten op vastgoed.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten in Spanje lag op hetzelfde niveau als in 2002.
Het bedrijfsresultaat sloeg om van een verlies in 2002 van Euro 654 miljoen tot een winst van Euro 188 miljoen in 2003, aangezien in 2003 de impairmentlasten voor goodwill aanzienlijk lager waren dan in 2002.
Vierde kwartaal 2003: prijsherpositionering strategie van Albert Heijn leidt tot hoger marktaandeel
De netto-omzet daalde in het vierde kwartaal van 2003 licht met 0,5%; exclusief wisselkoerseffecten bedroeg de daling 0,7%. Albert Heijn herwon marktaandeel, maar rapporteerde een lagere netto-omzet. De identieke omzet daalde met 1,5% in het vierde kwartaal. De daling van de netto-omzet van de Europese detailhandelsactiviteiten was het gevolg van lagere verkopen in Spanje.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten daalde in 2003 met 32,9% in vergelijking met 2002. Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten van Albert Heijn daalde in het vierde kwartaal van 2003 in vergelijking met dezelfde periode van 2002. Deze daling was vooral het gevolg van een lagere netto-omzet en brutomarge, die gedeeltelijk teniet werd gedaan door lagere bedrijfskosten. De prijsherpositionering van Albert Heijn heeft er toe geleid dat Albert Heijn in het vierde kwartaal marktaandeel heeft teruggewonnen.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten van de overige Europese detailhandelsactiviteiten daalde in het vierde kwartaal van 2003 vergeleken met het vierde kwartaal van 2002. Deze daling was hoofdzakelijk toe te schrijven aan een negatief bedrijfsresultaat van Schuitema, onder andere als gevolg van bijzondere waardeverminderingen van vaste activa. In Centraal-Europa sloeg het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten om van negatief naar positief, aangezien geen verdere impairment van duurzame activa nodig was. Spanje rapporteerde in het vierde kwartaal van 2003 een lager negatief bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten, vooral dankzij een lagere impairment van duurzame activa.
Het bedrijfsresultaat verbeterde in het vierde kwartaal van 2003 van negatief Euro 820 miljoen tot positief Euro 44 miljoen vanwege de aanzienlijke vermindering van goodwill impairment in 2003 ten opzichte van 2002.
Foodservice
2003: Scherpe daling winstgevendheid U.S. Foodservice
De netto-omzet van U.S. Foodservice steeg in 2003 met USD 402 miljoen of 2,3% in vergelijking met de netto-omzet van 2002. De acquisitie van Allen Foods in december 2002 en van een aantal activa van Lady Baltimore in september 2002 droegen ongeveer 1,3% bij aan de groei van de netto-omzet. Exclusief acquisities en de stijging van voedselprijzen, zoals geschat door de onderneming, zou de netto-omzet in 2003 licht zijn gedaald.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten was in 2003 USD 74 miljoen negatief vergeleken met USD 292 miljoen positief in 2002. Dit was vooral het gevolg van de verzwakking van de inkooppositie met als gevolg gestegen inkoopprijzen en verkorting van betalingstermijnen; verband houdend met de aangekondigde onregelmatigheden en de onderzoeken die plaatsvonden in 2003. Verder waren de bedrijfskosten hoger dan in 2002.
Het negatieve bedrijfsresultaat was in lijn met het negatieve bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten, aangezien de afschrijving goodwill in 2003 op hetzelfde niveau lag als in 2002.
Foodservice Europa: economische druk
De netto-omzet van Deli XL, actief in Nederland en België, daalde in 2003 met 3,8% in vergelijking met 2002. Deze daling was vooral het gevolg van aanhoudend ongunstige marktomstandigheden. Dientengevolge daalde het bedrijfsresultaat van de Europese foodservice-activiteiten in 2003 met 25,0% ten opzichte van 2002.
Vierde kwartaal 2003: gunstige verkoop
De netto-omzet van U.S. Foodservice steeg in het vierde kwartaal in Amerikaanse dollars met 6,0%.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten van U.S. Foodservice profiteerde in het vierde kwartaal in belangrijke mate van de vrijval van de eerder in 2003 opgebouwde voorziening in verband met personeelskosten.
Overige activiteiten: voortgang desinvesteringen
Detailhandel Zuid-Amerika
De netto-omzet van de Zuid-Amerikaanse detailhandelsactiviteiten steeg in 2003 met 3,5% vergeleken met 2002. Deze stijging was vooral het gevolg van de consolidatie van Disco gedurende het gehele jaar; Disco werd in het tweede kwartaal van 2002 opgenomen in de consolidatie. De toename werd gedeeltelijk tenietgedaan door het effect van de verkoop van de Chileense en, in mindere mate, Paraguayaanse en Peruaanse activiteiten van Santa Isabel in respectievelijk juli, september en december 2003.
Het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten was negatief als gevolg van de algemene economische malaise in Zuid-Amerika en de reactie van leveranciers op de aankondigingen van voorgenomen desinvesteringen in de regio.
Detailhandel Azië
De netto-omzet van de Aziatische detailhandelsactiviteiten bedroeg in 2003 Euro 364 miljoen, een daling van 20,5% vergeleken met 2002. Deze daling was vooral het gevolg van de verkoop van onze activiteiten in Maleisië en Indonesië in september 2003 en van een afname van de netto-omzet in Thailand van 6,9%, die volledig kan worden toegeschreven aan de koersdaling van de Thaise Baht ten opzichte van de Euro.
Het negatieve bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten bedroeg Euro 16 miljoen vergeleken met Euro 31 miljoen negatief in 2002. Dit was vooral het gevolg van de verkoop van de activiteiten in Maleisië en Indonesië, alsmede een operationele verbetering in Thailand.
Overige activiteiten
De overige activiteiten omvatten in hoofdzaak drie vastgoedmaatschappijen die winkellocaties kopen, ontwikkelen en beheren in Europa en de Verenigde Staten. Ook de hoofdkantoorkosten van Ahold vallen hieronder.
Het negatieve bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten weerspiegelde in 2003 gedeeltelijk de kosten van het hoofdkantoor van Euro 263 miljoen tegen Euro 33 miljoen in 2002. Deze hogere kosten werden vooral veroorzaakt door de aanzienlijke kosten die samenhingen met de forensische accountantsonderzoeken, juridische onderzoeken, voortgaande procesvoering, voortgaande onderzoeken van overheden en toezichthouders en hogere kosten in verband met de accountantscontrole van de jaarrekening 2002 (circa Euro 130 miljoen). Verder stegen de kosten van het hoofdkantoor als gevolg van een extra bijdrage aan de schadereserve in de Verenigde Staten (Euro 45 miljoen). De boekwinsten op vastgoed die zijn opgenomen onder overige activiteiten lagen op hetzelfde niveau als in 2002.
Het bedrijfsresultaat van de overige activiteiten verminderde van Euro 678 miljoen negatief in 2002 tot Euro 422 miljoen negatief in 2003. De bijzondere lasten werden gereduceerd van Euro 372 miljoen in 2002 tot Euro 136 miljoen in 2003. De bijzondere lasten in 2003 hebben vooral betrekking op de verkoop van de activiteiten in Chili en Maleisië, zijnde cumulatieve koersverschillen en terugboeking van goodwill zonder effect op het eigen vermogen. Goodwill impairment daalde van Euro 271 miljoen in 2002 tot Euro 42 miljoen in 2003.
Resultaat deelnemingen
Het resultaat deelnemingen bedroeg in 2003 Euro 161 miljoen, vergeleken met Euro 38 miljoen negatief in 2002. Dit was vooral het gevolg van de opname op deze regel in 2002 van een verlies van Euro 126 miljoen bij DAIH tot het moment dat deze in het derde kwartaal van 2002 werd geconsolideerd.
Het aandeel in het resultaat van ICA, begrepen onder de Europese joint ventures, nam in 2003 aanzienlijk toe, vooral als gevolg van een winst uit hoofde van de sale & leaseback van enkele distributiecentra.
Het verlies van DAIH vloeit voort uit de verliezen van Disco en Santa Isabel gedurende de periode dat deze niet werden geconsolideerd. Het verlies van DAIH werd vooral veroorzaakt door de negatieve invloed van de devaluatie van de Argentijnse Peso op in Amerikaanse dollars luidende schulden.
2004: een overgangsjaar
Algemeen
In 2004 zullen de inspanningen gericht blijven op versterking van de onderneming, herstructurering en integratie van activiteiten teneinde een stevig platform te creëren voor toekomstige groei en winstgevendheid. Het management zal zich concentreren op het bereiken van de doelstellingen voor 2005 en daarna, zoals neergelegd in de 'Road to Recovery'.
Ahold gaat door met het verbeteren van de interne controle, corporate governance en zal ook in 2004 het toezicht op de naleving van de regels aanscherpen. Deze aanpassingen zijn belangrijke onderdelen van de strategie 'Road to Recovery'. Ze zullen zowel in de werkmaatschappijen als bij de ondersteunende diensten in 2004 grote inspanningen vergen.
De detailhandelsactiviteiten zullen opnieuw geconfronteerd worden met toenemende concurrentie en prijsdruk. Anderzijds verwacht Ahold een gezonde omzetgroei in de foodservice sector.
Detailhandel VS
Ahold verwacht dat de netto-omzet van de Amerikaans detailhandelsactiviteiten slechts bescheiden zal groeien als gevolg van verhevigde concurrentie. Een van onze belangrijkste inspanningen in de VS in 2004 betreft de voortgaande integratie van Stop & Shop en Giant-Landover. Hierdoor zullen de concurrentiekracht en kostenefficiency van deze merken op lange termijn worden verbeterd. Deze processen zullen in 2004 leiden tot initiële kosten, maar in 2005 en latere jaren resulteren in belangrijke synergievoordelen. Bij Tops zal de focus blijven liggen op herpositionering via de 'go to market' strategie en het verbeteren van de bedrijfsvoering. De voorgenomen verkoop van BI-LO/Bruno's zal naar verwachting een negatief effect op de netto-omzet in 2004 hebben.
Detailhandel Europa
Ahold verwacht dat de netto-omzet van de Europese detailhandelsactiviteiten in 2004 zal toenemen onder overwegend moeilijke omstandigheden, met zwakke economieën, de aandacht van de consument voor de prijs en toenemende concurrentie. Er zal voortdurend aandacht zijn voor efficiency en concurrentiekracht in Europa. De voorgenomen verkoop van de Spaanse activiteiten in 2004 zal de Europese netto-omzet negatief beïnvloeden.
Foodservice
De marktsituatie voor foodservice is naar verwachting gunstig, vooral in de Verenigde Staten. Echter, stijgende brandstof- en voedselprijzen zullen een negatief effect hebben op de prijsstelling en concurrentiekracht in de foodservice industrie. Niettemin verwacht Ahold dat de foodservice-activiteiten in de Verenigde Staten in 2004 weer positieve resultaten zullen behalen. Het is mogelijk dat de netto-omzet bij U.S. Foodservice in 2004 licht zal dalen. Dit als gevolg van verdere verbetering van de klantenmix, met name gericht op sommige 'national accounts'. Naar verwachting zal het bedrijfsresultaat voor impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten in 2004 positief zijn en, niet later dan 2006, het resultaat van 2002 overtreffen.
Investeringen en werkkapitaal
Investeringen zullen boven het lage niveau van 2003 uitkomen tot ongeveer het peil van de afschrijvingen. De investeringen zullen gericht zijn op groei van onze detailhandelsactiviteiten. Plannen om het werkkapitaal te verbeteren zijn in uitvoering; ze zullen worden voortgezet en wij verwachten hier een voortgaande verbetering in 2004. De netto kasstroom uit operationele activiteiten zal naar verwachting verbeteren.
Financiën en belastingen
Ahold verwacht in 2004 een verdere afname van het saldo financiële baten en lasten als gevolg van lagere bankkosten onder de nieuwe kredietfaciliteit en lagere netto rentelasten dankzij de voortgaande inspanningen om de schulden terug te dringen. Ahold verwacht dat de fiscale positie zich in 2004 zal normaliseren, met een belastingdruk iets boven de 30%.
Nettoschuld
Het voortgaande herstel en de ontwikkeling van onze activiteiten, in combinatie met het voortgaande desinvesteringsprogramma zal naar verwachting leiden tot een verdere reductie van de nettoschuld (exclusief wisselkoersverschillen) in lijn met onze doelstelling om eind 2005 weer het 'investment grade' profiel te bereiken.
Desinvesteringen en andere zaken
De duidelijk verbeterde financiële positie en liquiditeit verschaft ons de mogelijkheid om de desinvesteringen ordelijk uit te voeren, er is geen noodzaak tot paniekverkopen.
De onderneming heeft het voornemen de resterende activiteiten in Zuid-Amerika en Spanje, alsmede BI-LO/Bruno's en de resterende gemakswinkels bij Tops in de Verenigde Staten, eind 2004 te hebben verkocht. Zoals bekendgemaakt in maart 2004 heeft Ahold de verkoop van CRC Ahold in Thailand afgerond. Daarmee heeft de onderneming zich volledig uit de regio-Azië teruggetrokken.
Echter, wij verwachten bijzondere lasten bij de afronding van de verkoop van enkele Zuid-Amerikaanse activiteiten, alsmede bij de verkoop van BI-LO/Bruno's. De afronding van deze desinvesteringen zal leiden tot de opname van cumulatieve koersverschillen in de winst- en verliesrekening, evenals in sommige gevallen tot de terugboeking van goodwill die beide eerder ten laste van het eigen vermogen zijn gebracht. De cumulatieve koersverschillen die ten laste van het eigen vermogen waren gebracht, bedroegen begin 2004 Euro 648 miljoen. Het totale bedrag aan goodwill dat zou moeten zijn teruggeboekt als deze operaties begin 2004 waren verkocht, zou Euro 309 miljoen hebben bedragen. Per saldo is het gevolg hiervan een aanzienlijke bijzondere last in de winst- en verliesrekening met een identieke positieve aanpassing van het eigen vermogen, geen effect op de kasstroom. Deze waarschijnlijke bijzondere lasten zullen een aanzienlijk effect op het nettoresultaat hebben, maar geen invloed op het eigen vermogen en leiden niet tot een kasstroom.
De bedrijfslasten zullen in 2004 ook in belangrijke mate worden beïnvloed door een aantal factoren, in het bijzonder kosten die samenhangen met voortgaande juridische procedures en onderzoeken door overheden en toezichthouders, inclusief mogelijke boetes of beschikkingen
die worden opgelegd of uitgevaardigd. Er zijn voorbereidingen gaande om de onderneming in staat te stellen te rapporteren volgens de International Financial Reporting Standards, zoals vereist in 2005. Tevens zullen de kosten verbonden aan de werkzaamheden om te voldoen aan de eisen voor interne controle van Sectie 404 van de Amerikaanse Sarbanes-Oxley wet, zoals vereist eind 2005, invloed hebben.
Samenvattend zal 2004 voor Ahold een jaar zijn van uitvoering en overgang, waarin opnieuw een belangrijke stap wordt gezet op onze 'Road to Recovery'. Wij zitten op het goede spoor voor verdere verbetering ook na 2004.
Bijlagen
Bijlage A
Geconsolideerde winst- en verliesrekening
Geconsolideerde balans
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
Bijlage B
Berekening van het bedrijfsresultaat vóór impairment en afschrijving goodwill en bijzondere lasten uitgaande van het bedrijfsresultaat
Bijlage C
Berekening nettoresultaat volgens US GAAP
Bijlage D
Waarderingsgrondslagen
Bijlage E
Eigen vermogen
Bijlage F
Kwartaalomzetten en trends per regio
Definities
Open het attachment voor het volledige persbericht inclusief tabellen en bijlagen.
Ahold Corporate Communicatie: 075 - 659 5720
----------------------------------------------------------
Bepaalde uitspraken in dit persbericht zijn 'forward-looking statements' in de zin van het Amerikaanse effectenrecht en Ahold beoogt dat deze vallen onder de zogeheten 'safe harbors' waarin dit effectenrecht voorziet. Deze forward-looking statements omvatten, maar zijn niet beperkt tot, Aholds doelstellingen en herstructureringsplannen voor 2004 en verder, met inbegrip van de versterking van interne controles en de naleving van relevante regelgeving, verwachtingen betreffende toekomstige netto-omzetgroei in foodservice en detailhandel en het effect daarvan op Aholds operationele resultaten, met inbegrip van verbeteringen in de netto operationele kasstroom, uitspraken betreffende Aholds voornemen bepaalde winkelketens te integreren en het verwachte effect daarvan, verwachtingen betreffende onze groei en investeringen, uitspraken betreffende de timing, de reikwijdte en het verwachte effect van bepaalde desinvesteringen, verwachtingen betreffende mogelijke bijzondere verliezen als gevolg van desinvesteringen, verwachtingen betreffende de vermindering van Aholds netto financieringskosten, verwachtingen betreffende Aholds belastingdruk en belastingpositie gedurende 2004 en verwachtingen betreffende andere factoren die de operationale kosten in 2004 kunnen beinvloeden. Deze forward-looking statements zijn onderhevig aan risico's, onzekerheden en andere factoren waardoor werkelijke resultaten aanmerkelijk kunnen verschillen van toekomstige resultaten welke tot uitdrukking zijn gebracht in de forward-looking statements. Belangrijke factoren waardoor werkelijke resultaten aanmerkelijk kunnen verschillen van de forward-looking statements omvatten, maar zijn niet beperkt tot, veranderingen in algemene markt-, economische en politieke omstandigheden, Aholds vermogen om haar strategie met succes te volgen, de verdeling van de aandacht van het management, de integratie van nieuwe bestuurders, en Aholds vermogen om sleutelbestuurders en -werknemers aan te trekken en te behouden, toenemende concurrentie in de markten waarin Ahold, haar dochterondernemingen en joint ventures opereren, moeilijkheden bij de pogingen tot samenwerking door onze dochterondernemingen en de implementatie van nieuwe operationele verbeteringen, het gegeven dat Aholds liquiditeitsbehoefte groter zou kunnen zijn dan op dit moment verwacht, maatregelen van overheids- en regelgevende autoriteiten en instanties, kosten die gemoeid zijn met voortgaande juridische procedures en onderzoeken, met inbegrip van mogelijke boetes en veroordelingen, moeilijkheden bij het voldoen aan nieuwe verslaggevings voorschriften en andere factoren zoals toegelicht in Aholds publieke mededelingen. Veel van deze factoren zijn voor Ahold niet beheersbaar en evenmin voorspelbaar. Lezers wordt geadviseerd behoedzaam om te gaan met deze forward-looking statements, die uitsluitend geacht worden te zijn gedaan per de datum van dit persbericht. Ahold neemt, tenzij daartoe gehouden ingevolge toepasselijk effectenrecht, geen verplichting op zich om (een) gewijzigde forward-looking statement(s) te publiceren naar aanleiding van al dan niet voorziene gebeurtenissen of omstandigheden die zich voordoen na publicatie van dit persbericht. Buiten Nederland presenteert Koninklijke Ahold N.V. - dat is haar statutaire naam - zich onder de naam 'Royal Ahold' of kortweg 'Ahold'.
-------------------------------------------------------------