Zaandam, 11 mei 2004 - Ahold heeft vandaag bekendgemaakt dat de geconsolideerde omzet (exclusief omzetbelastingen) in het eerste kwartaal van dit jaar (de periode van 16 weken eindigend op 18 april 2004) is uitgekomen op EUR 15,4 miljard, een daling van 11,3% vergeleken met het eerste kwartaal van 2003. De netto-omzet werd aanzienlijk beïnvloed door lagere wisselkoersen, met name van de Amerikaanse dollar. Exclusief wisselkoerseffecten daalde de netto-omzet met 1,4%. De netto-omzet werd ook negatief beïnvloed door desinvesteringen. De groei van de netto-omzet, exclusief de effecten van wisselkoersen en desinvesteringen, kwam uit op ongeveer 1,3%. De cijfers van de netto-omzet zijn voorlopig, en niet door de accountant gecontroleerd.
Detailhandel Verenigde Staten
In de Verenigde Staten daalde de netto-omzet van de detailhandelsactiviteiten in Amerikaanse dollars met 1,2% tot USD 8,2 miljard (2003: USD 8,3 miljard). De negatieve invloed van de desinvestering van Golden Gallon in 2003 op de netto-omzet bedroeg ongeveer 1,5 %. In Amerikaanse dollars daalde de identieke omzet met 1,6% en de vergelijkbare omzet met 1,0%. De netto-omzet werd in het eerste kwartaal met ongeveer 0,8% negatief beïnvloed door het Paas-effect: het eerste kwartaal van 2004 was inclusief de week na Pasen, terwijl het eerste kwartaal van 2003 eindigde met de week vóór Pasen. Onze detailhandelsactiviteiten in de Verenigde Staten werden opnieuw geconfronteerd met moeilijke marktomstandigheden. Zowel Stop & Shop als Giant-Carlisle ontwikkelden zich robuust.
Detailhandel Europa
In Europa daalde de netto-omzet met 0,9% tot EUR 3,7 miljard (2003: EUR 3,7 miljard). De groei van de netto-omzet exclusief wisselkoerseffect bedroeg 0,5%. De identieke omzetgroei bij Albert Heijn bedroeg 0,1%; de toename van het aantal klanten werd grotendeels tenietgedaan door een lagere gemiddelde kassabon. De groei van de netto-omzet in Centraal-Europa werd grotendeels tenietgedaan door lagere wisselkoersen. De netto-omzet in Spanje daalde als gevolg van verhevigde concurrentie en een kleiner aantal winkels.
Foodservice
De netto-omzet van U.S. Foodservice steeg in Amerikaanse dollars met 4,6% tot USD 5,5 miljard. (2003: USD 5,3 miljard), vooral als gevolg van inflatie.
Zuid-Amerika
In Zuid-Amerika bedroeg de netto-omzet EUR 336 miljoen (2003: EUR 581 miljoen), een daling van 42,4% ten opzichte van vorig jaar, vooral als gevolg van de desinvestering van Bompreço in Brazilië in de loop van het eerste kwartaal van 2004 en van Santa Isabel in de tweede helft van 2003.
Azië
In Azië daalde de netto-omzet met 53,2% tot EUR 51 miljoen (2003: EUR 109 miljoen). Deze daling was het gevolg van de desinvestering van de activiteiten in Maleisië en Indonesië in de loop van het derde kwartaal van 2003 en van de desinvestering van de Thaise activiteiten in het eerste kwartaal van 2004.
Niet-geconsolideerde joint ventures
De netto-omzet van onze niet-geconsolideerde joint ventures steeg met 1,4% tot EUR 2,6 miljard (2003: EUR 2,6 miljard). In Centraal-Amerika werd de netto-omzet aanzienlijk beïnvloed door lagere wisselkoersen. Exclusief wisselkoerseffect steeg de omzet in het eerste kwartaal in Centraal-Amerika met 19,9%. Zowel ICA als Jerónimo Martins zagen de omzet toenemen.
Definities
- Identieke omzet vergelijkt de omzet van uitsluitend dezelfde winkels.
- De vergelijkbare omzet is de identieke omzet plus de omzet van vervangende winkels.
- Wisselkoerseffect is het effect van het gebruik van verschillende wisselkoersen bij de omrekening van financiële cijfers van onze werkmaatschappijen naar euro's. De financiële cijfers van het voorgaande jaar worden aangepast door gebruik te maken van de wisselkoersen van het lopende jaar, teneinde het wisselkoerseffect te elimineren.
- Effect van desinvesteringen is het effect van verkochte activiteiten op de netto-omzet. De omzetten van verkochte activiteiten zijn in mindering gebracht op de omzetten in het voorgaande jaar.
Open het attachment voor het volledige persbericht inclusief tabellen.